Update GlobalG.A.P en dierlijke mest per 18 december 2015

Bijgaand  een update van de ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwe versie van GlobalG.A.P.
 
Zoals gemeld in de vorige update (1 december) hebben we twee trajecten in onze lobby ingezet: enerzijds vaststellen van feiten en knelpunten en anderzijds de discussie met GlobalG.A.P. over de nieuwe eisen.
Met betrekking tot het tweede traject kan worden gemeld dat vandaag het resultaat van onze lobby naar buiten is gekomen. GlobalG.A.P. heeft in een persbericht bekend gemaakt dat de beperkingen voor toepassing van onbewerkte mest voor een groot deel worden teruggedraaid.
 
Klik hier voor het persbericht.
 
Een vertaling van dit persbericht:
GLOBALG.A.P. Standard V5 Definieert Risico Beheersing voor organische mest van dierlijke oorsprong.

Tijdens de herziening van de certificatie criteria voor de GLOBALG.AP Standaard voor Goede Agrarische Praktijken hebben de deelnemende producenten, retailers en bedrijven voor industriële verwerking in de afgelopen vijf jaar intensief gesproken over een mogelijk gevaar voor de gezondheid door de toepassing van onbehandelde organische mest van dierlijke oorsprong in de productie van groenten en fruit, evenals de toepassing ervan op teeltpercelen. Er is een proactieve beslissing genomen om de eisen in de geest van goede praktijken te verhogen. Want hoewel er nauwelijks gestandaardiseerd wetenschappelijk onderzoek op praktijkniveau over dit onderwerp is verschenen, zijn gevallen van besmetting met ziektekiemen door middel van organische mest van dierlijke oorsprong bekend.

De huidige versie 5 van de norm die medio 2015 gepubliceerd is voorzag in een verplichte aanscherping van de bestaande criteria uit de voorgaande versie betreffende het gebruik van onbehandelde ruwe mest van dierlijke oorsprong op teeltpercelen. Met een minimum interval van drie maanden tussen toepassing en oogst en zes maanden voor gewassen die in direct contact komen met de grond en onverhit worden gegeten, was de nieuwe regel ontworpen voor veiligheid met een zeer grote buffer. Dit zou in de dagelijkse praktijk tot gevolg hebben dat veel producenten het gebruik zouden moeten beperken of zelfs af zouden moeten zien van het gebruik van deze natuurlijke vorm van bemesting. Met name in de biologische productie leverde dit onaanvaardbare situaties op. Een grondige discussie over dit onderwerp heeft geleid tot het besef dat mogelijke aanpassingen niet altijd voor handen zijn. Er ontstaan complexe vraagstukken die nader onderzoek vereisen. Dit onderzoek en proeven in de praktijk moeten oplossingen bieden die die flexibiliteit van een producent niet aantast en risico beheersing mogelijk maakt.

Na intensief overleg heeft het bestuur van GLOBALG.A.P. daarom besloten de oorspronkelijke genoemde wachtperiodes na toepassing van onbehandelde organische mest die in versie 5.0 genoemd zijn weer wijzigen. Voor alle inspecties in versie 5.0-1 is nu het volgende van toepassing:


De periode tussen toepassing en oogst mag niet korter zijn dan 60 dagen!
Voor al het in land- en tuinbouw geproduceerde voedsel dienen de gecertificeerde telers zich te houden aan een minimum periode van 60 dagen tussen de toepassing van onbehandelde organische mest van dierlijke oorsprong en de oogst.

Geen contact tussen bladgroenten en onbehandelde mest!
Punt twee van de herziende regelgeving stelt dat onbehandelde organische mest in geen geval mag worden toegepast na het planten of zaaien van bladgroenten. Gedurende de gehele groeiperiode mag geen onbehandelde organische mest gebruikt worden in deze teelten. In de teelt van bomen en struiken mag deze vorm van mest niet meer worden gebruikt na het openen van de knoppen.

Risicoanalyse wordt geadviseerd!
GLOBALG.A.P. raadt alle producenten aan een bedrijfsspecifieke risicoanalyses uit te voeren die verder gaat dan de hierboven vermelde minimale eisen. Een deel van het nog uit te voeren werk is om een grotere variatie aan maatregelen te vinden die de risico’s beheersbaar maken opdat de producenten een afdoende bescherming van de consument kunnen waarborgen. Dit komt overeen met de politieke eis voor een effectieve bescherming van de consument en het vervullen van de steeds veeleisender verwachtingen van de consument als het gaat om de veiligheid van in land- en tuinbouw geproduceerd voedsel.

Met de gedefinieerde "zestig plus regel", in de GLOBALG.AP Standaard versie 5 blijft de doelstelling om mogelijke microbiologische risico’s te beheersen. De standaard geeft producenten de nodige ruimte om het gebruik van innovatieve technieken te ontwikkelen en toe te passen. De nieuwe regels geven flexibiliteit aan de producenten, maar deze dienen hun verantwoordelijkheid te nemen om potentiele risico’s te beheersen.

(Producenten kunnen binnenkort meer informatie verkrijgen bij hun certificatie-instellingen, evenals op de GLOBALG.AP website: www.globalgap.org)

In grote lijnen komt het er dus op neer dat men grotendeels teruggaat naar versie 4 van GlobalG.A.P. Wel blijven er voor sommige telers beperkingen bij met name bladgewassen. Uiteraard zullen we de komende tijd de nieuwe teksten moeten beoordelen. Dit is onderdeel van onze eerste traject met betrekking tot de knelpunteninventarisatie. Ook zal nog steeds duidelijk moeten worden wat de definitie van “bewerkte mest”  is. We zien het ook als onze taak om samen met GlobalG.A.P. een goed protocol voor risicomanagement op te stellen.

LTO heeft een persbericht opgesteld met een reactie op het nieuws van GlobalG.A.P. :  http://www.lto.nl/actueel/Nieuws/10867162/Global-GAP-draait-na-overleg-nieuwe-bemestingsregels-terug